💬Veelgestelde vragen
Het examenprogramma van zwemdiploma B en C bestaat uit een standaard lijst van vaardigheden zoals het beheersen van verschillende zwemslagen over langere afstanden, duiken vanaf de kant, zelfstandig uit het water klimmen, zwemmen met kleding aan en drijven op een drijvend voorwerp. Er is ook ruimte voor maatwerkprogramma's die gelijkwaardig zijn en goedgekeurd door de Nationale Raad Zwemveiligheid.
Bij zwemdiploma B moet een kind vier zwemslagen technisch goed kunnen uitvoeren over langere afstanden: schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl en rugcrawl. Daarnaast moet het kind zich boven en onder water kunnen oriënteren en veilig kunnen zwemmen met kleding aan.
Voor zwemdiploma C moet je kunnen zwemmen in uitdagender water met stromingen en golven, vanaf de kant kunnen duiken, zelfstandig uit het water klimmen, en kunnen drijven en uitrusten op een drijvend voorwerp.
Het standaard examenprogramma is een vaste set eisen opgesteld door de Examenregeling Nationale Zwemdiploma’s, terwijl het maatwerkprogramma door zwemscholen kan worden aangepast mits het niveau gelijkwaardig is en vooraf is goedgekeurd door de Nationale Raad Zwemveiligheid.
Een goede voorbereiding met conditietraining, oefenen van technische zwemslagen zoals schoolslag en borstcrawl, en aandacht voor veiligheid in verschillende zwemomgevingen zijn essentieel om te slagen voor zwemdiploma B en C.

